Bluvn' Goan


Het was enkele weken voor de operatie. De dagen leken te zweven tussen weten en nog even niet willen weten.  Ik telde wel af naar die operatie omdat ik dacht te weten dat de adrenaline waarschijnlijk zou keren naar rust.  De afspraken waren gemaakt, de datum lag vast, en toch voelde het alsof ik leefde in een soort voorgeborchte waar adrenaline de zoete limonade leek.   Ik voelde me niet ziek om patiënt te voelen laat te zijn. 


Op een middag kreeg ik een melding van Bpost: er wachtte een pakket op mij. Afzender: Club Brugge. Ik dacht even dat het een vergissing moest zijn. Ik had niets besteld, geen abonnement, geen merchandising. Toch stond mijn naam er duidelijk op.


In het pakje zat een officieel shirt. Blauw-zwart, glanzend, met op de rug: Mortier – 12 – Bluv’n Goan. En boven de cijfers: handtekeningen van alle spelers.

Het moment dat ik het openvouwde, gebeurde er iets onverwachts. Ik voelde hoe de emotie me overspoelde: rauw, echt, zonder woorden. Ik vloekte van blijdschap: "verdomme danke Gauthier, Judith, Ellen, Lowie en Thibault" Alsof het kind in mij plots weer wakker werd. Het kind dat op elfjarige leeftijd zijn eerste wedstrijd zag, dat met open mond keek naar Jan Ceulemans, Jean-Pierre Papin,... tegen Standard (2-3 verlies).  Een kind dat leerde juichen, verliezen, hopen.


Ik barstte in tranen uit ontlading, alsof fles champagne die werd geopend. Zelden had ik zo hard en zo lang gehuild in deze periode.   Niet omdat ik bang was, wel omdat ik gedragen voelde door iets groters dan mezelf.


Dat shirt is meer dan een cadeau van een club, het is een symbool van verbinding, herinneringen van samenhorigheid. “Bluv’n Goan” – blijven gaan – klonk plots veel meer als een slogan, als een boodschap die recht uit mijn lijf kwam.


En hoe gek het ook klinkt: dat shirt gaf me moed. Niet om te vechten, wel om te blijven voelen.