De VIP-kamer
De hypochonder in mij begon stilaan zijn kop op te steken. Niet luid, maar wel gestaag. Nu de tumor officieel aanwezig was, begon de stress toe te nemen. De dokter hield alle opties nog open: het kon goedaardig zijn, het kon kwaadaardig zijn. Hij sloot niets uit. Maar diep vanbinnen voelde ik hoe de puzzelstukken samen vielen. Mijn familiegeschiedenis, mijn eigen voorgevoel – ze wezen niet de vrolijke kant op.
En toch bleef er een kleine sprankel hoop. Als ik er een beeld op mocht plakken, was het dat van Piet Piraat. Hoe groot is de kans dat er in mijn lichaam gewoon een goedaardige kinderheld rondvaart, met houten zwaard en al? Het was een glimlach tussen de donkere wolken, een manier om mijn gedachten lucht te geven.
Intussen nam ik een beslissing: ik zou mijn verhaal delen. Niet alles alleen dragen, maar zorgvuldig kiezen met wie ik sprak. Want ik merkte al snel: medelijden is het laatste wat je kan gebruiken. Medelijden heeft iets paternalistisch, alsof iemand boven je gaat staan en neerbuigend door je haar strijkt, zoals een pastoor of een oude nonkel. Ik kreeg er rillingen van – toen en nu nog steeds.
Daarom bedacht ik mijn metafoor van de VIP-kamer.
In die kamer laat je enkel de mensen toe die weten hoe ze naast je kunnen zitten, zonder medelijden, zonder je kleiner te maken. Enkel wie vertrouwen en echte steun brengt, krijgt een sleutel.
Eén van hen was Franco. Mijn Argentijnse vriend, coach, vertrouweling. Hij nam me mee in gesprekken die soms zacht waren, soms scherp, maar altijd verhelderend. Hij liet me zelfs praten met mijn onverwachte gast. Het was vreemd, bijna absurd, maar het werkte. Ik hoorde mijn eigen gedachten terug in een ander licht.
En toen kwam het keerpunt. Franco zei: “Karl, gastvrijheid is je grootste talent. Maar ga je echt élke gast in je lichaam verwelkomen?” Die vraag sloeg in. Mijn talent bleek ook mijn valkuil. Ik had mijn onverwachte gast niet alleen geaccepteerd, ik had hem bijna koffie en koekjes aangeboden. Alsof hij welkom mocht blijven zolang hij wilde.
Op dat moment wist ik dat ik de metafoor moest herschrijven. Niet verwelkomen, wél erkennen. Ik hoefde hem niet als eregast in mijn huis binnen te halen.
Hij hoorde daar niet thuis: niet goedaardig of noch kwaadaardig.

Belangrijke lessen
Wat ik uit deze fase vooral heb geleerd, is dat ik heel bewust mag kiezen wie ik in mijn VIP-kamer toelaat. Niet iedereen hoeft dichtbij te komen, enkel wie mij zonder medelijden en in gelijkwaardigheid kan ondersteunen, verdient daar een plek. Ik ontdekte dat medelijden mij geen steun geeft, omdat het de ander boven mij plaatst en mij kleiner maakt. Daarom kies ik liever voor mensen die vertrouwen uitstralen en mij kracht geven.
Tegelijk leerde ik dat mijn grootste talent ook mijn valkuil kan zijn: mijn gastvrijheid helpt mij in het leven, maar in dit verhaal moest ik inzien dat niet elke gast welkom is in mijn lichaam.
Tot slot besefte ik dat accepteren voldoende is. Ik hoef de onverwachte gast niet te verwelkomen, ik hoef enkel te erkennen dat hij er is. Dat verschil gaf mij opnieuw kracht en richting.
