Toxische positiviteit
Sinds mijn diagnose ben ik ontelbare keren de zin “Alles komt goed” of "Je zal hier sterker uitkomen" tegengekomen. En in eerste instantie bij mezelf. Ze waren niet meer dan een pleister op een wonde. Vaak goedbedoeld, soms liefdevol uitgesproken, en toch voelde het voor mij niet juist. Want als iemand dat zegt, hoorde ik voor mezelf onbewust: “Wees dankbaar voor je kanker, er zit vast een mooie les in.” En dat klopt gewoon niet op dat moment. Sommige dingen zijn niet mooi en niet bedoeld. Sommige dingen zijn gewoon rot. Punt.
Op zulke momenten hielpen geen spreuken, wel de kleine ankers in mijn dagelijks leven. Het simpele tekeningetje van de uroloog dat mijn tumor zichtbaar maakte. Het zingen op een podium net voor nieuwjaar waar ik voelde: dit ben ik, mijn stem, mijn kracht. De warmte van vrienden, een arm om mijn schouder. Het waren stuk voor stuk kleine bakens die mij eraan herinnerden: ik bén er nog, en ik mag kiezen hoe ik verderga.
Ik ontdekte dat er een groot verschil is tussen passief positivisme en hoopvol vertrouwen. Positivisme is vaak een dun laagje soms toxisch vernis: je glimlacht en zegt dat alles wel goedkomt, terwijl de storm binnenin blijft razen. Het legt je stuur uit handen, alsof je moet wachten tot de wereld of een hogere reden de oplossing brengt.
Hoopvol vertrouwen begint bij jezelf. Het betekent: ik erken wat er gebeurt, ik voel de pijn en de angst, en toch kies ik ervoor om stap voor stap vooruit te gaan. En daarbij laat ik me omringen door mensen die durven confronteren, maar dat doen met warmte en respect. Niet “Alles komt goed”, maar “Ik ben hier, naast jou.”
Juist in die houding vond ik steun bij mijn NLP-familie. Ik herinner me de gesprekken met Lorenzo Gatti, Cristina Bara en Tom Hellbom. Geen grote gebaren, geen dwingende adviezen, maar stille mentors die luisterden, scherpe vragen stelden en tegelijk vertrouwen gaven. Hun woorden en hun aanwezigheid waren als een zacht kompas dat me telkens opnieuw richting gaf. En boven hen uit voelde ik de kracht van de hele NLP-community, gedragen door Judith DeLozier en Robert Dilts. Zij zijn voor mij het bewijs dat een gemeenschap meer kan zijn dan een verzameling mensen: het kan een draagvlak zijn, een veld waarin je niet alleen staat, zelfs als je ziek bent.
En dan was er opnieuw Franco, mijn Argentijnse vriend en coach. Hij was degene die me liet inzien dat mijn grootste talent, gastvrijheid, ook mijn valkuil kon worden. Toen hij me vroeg: “Karl, ga je werkelijk elke gast in je lichaam verwelkomen?” voelde ik hoe hard zijn woorden binnenkwamen. Hij hielp me het onderscheid maken tussen accepteren en verwelkomen. Accepteren gaf me kracht, verwelkomen zou mij leegzuigen. Franco’s directe stijl, zijn humor en zijn warmte maakten hem tot één van mijn belangrijkste spiegels. Hij en Lorenzo lieten mij praten met mijn onwelkome gast, maar leerden mij ook dat ik de deur weer mocht sluiten.
Die combinatie van de ankers, het hoopvolle vertrouwen, de stille mentoren en de confronterende stijlen, werd voor mij het Zwitserse zakmes.
Het gereedschap om niet ten onder te gaan aan angst of passief wachten, maar om mijn eigen weg te kiezen. Positivisme kan een glimlach zijn die je even energie geeft, het is hoopvol vertrouwen als motor die mij werkelijk vooruitbracht. En die motor draait op verbondenheid, moed, humor en de keuze om stap voor stap verder te gaan, ook als het pad onzeker is.

Belangrijk lessen
Wat ik doorheen het proces leerde, is dat sommige dingen gewoon rot zijn en niet mooier hoeven gemaakt te worden. Dat erkennen gaf me rust.
Ik ontdekte dat er een groot verschil is tussen passief positivisme en hoopvol vertrouwen. Positivisme legt de oplossing buiten jezelf, terwijl hoopvol vertrouwen begint bij binnenin: voelen wat er is en toch stap voor stap vooruitgaan.
En tenslotte heb ik ervaren dat verbondenheid een sleutel is. De gesprekken met mijn NLP-vrienden, de steun van de hele community en de confrontaties gaven me richting en moed.
